Dood dier, wat nu?

DOOD DIER, WAT NU?
Voordat u met een dood dier naar een preparateur rijdt…

Algemeen

U heeft een dood dier gevonden of bemachtigd en wilt het laten prepareren. Van belang is het dat u zich vergewist van het volgende:

Wees voorzichtig met dode dieren. Houd rekening met het risico op besmetting (lijkvergiftiging, Botulisme, parasieten zoals teken en luizen, enz.). Gebruik bij voorkeur plastic wegwerphandschoenen of was uw handen grondig na contact met het dode dier.

Zo goed als alle inheemse dieren zijn in meer of mindere mate beschermd. Zonder de daartoe vereiste ontheffingen of vergunningen mogen deze dieren niet zomaar in bezit gehouden worden of worden geprepareerd.

Beschermde inheemse vogelsoorten mogen alleen geprepareerd worden na registratie in een digitaal systeem van het ministerie. Merktekens kunnen verplicht zijn en kunnen alleen door geregistreerde preparateurs aangebracht worden.

Tot 1 januari 2017 was voor veel beschermde dieren een Vervoersverklaring (vvk) van de politie nodig om het dier te mogen laten prepareren. Deze vvk is afgeschaft. Nu moet u zelf een verklaring op papier zetten. Een professionele preparateur heeft hier standaard formulieren voor en kan u daarbij helpen.

Bederf

Is het gevonden dier bedorven of kan het geprepareerd worden? Enkele controlepunten zijn:

Het dier heeft nog lichaamswarmte, het is net dood. De oogbollen zijn nog zichtbaar en glanzen nog. In principe is dit dier geschikt om te worden geprepareerd.

De oogbollen zijn ingevallen en dof, het dier stinkt nog niet naar bederf. Het dier is 1 à 2 dagen dood. Afhankelijk van de buitentemperatuur is het in de meeste gevallen nog mogelijk om dit dier te prepareren.

Wanneer u (niet te hard) aan de veren/haren op de buik (liesstreek) van het dier trekt en deze laten los, of wanneer u zachtjes met een vinger langs een ooglid wrijft en de veren/haren laten los, of wanneer het dier duidelijk een ‘rottende’ geur afgeeft, is het dier bedorven. Het dier kan niet meer geprepareerd worden als huidpreparaat, maar een skelet of schedel kan er misschien nog wel van gemaakt worden. Zo niet, dan dient het kadaver op de juiste manier afgevoerd te worden (aanbieden aan destructiebedrijf of bij gemeentelijke milieustraat, soms mag het in de grijze container gedeponeerd worden).

Twijfel? Bel gerust uw preparateur.

Bewaren

Het dier kan geprepareerd worden en u heeft eventuele verplichte papieren geregeld. In die tussentijd kan het dier echter wel bederven! Totdat u het dier aflevert, dient u het als volgt te bewaren:

Bewaar het dier in een vriezer, niet in een koelkast of koele schuur omdat het dier dan alsnog bederft.

Stop het dier in een (bij voorkeur) doorzichtige plastic tas welke goed afsluitbaar is, bijvoorbeeld een gripzak met ‘drukribbels’. Zorg ervoor dat er zo min mogelijk lucht in de zak opgesloten wordt. Let op dat er geen veren of snorharen dubbelgevouwen worden!

Gebruik geen vershoudfolie, aluminiumfolie, keukenpapier, toiletpapier of kranten. Bedrukt papier geeft inkt af, lichte veren of vacht worden onherstelbaar gekleurd! Onder invloed van de compressor van de vrieskist droogt het dier in korte tijd uit waardoor de kans bestaat dat het dier niet meer (acceptabel) te prepareren is.

Denk aan de hygiëne in de vriezer. Houdt etenswaren en dode dieren strikt gescheiden!

Zorg er ook tijdens het transport voor dat het dier ingevroren of minimaal zo koel mogelijk blijft. Een koeltas of piepschuimkist is uitermate geschikt voor dit doel. Helaas krijgen wij regelmatig dieren binnen welke meerdere uren in de kofferbak van de auto hebben gelegen, terwijl de auto heerlijk op 20+ graden is gestookt. De huid van bijvoorbeeld een vossenstaart is dan vaak al zover aangetast dat deze kaal uit het looibad komt. In vakjargon spreken we dan over slip, het loslaten van de epidermis met de haren. En dat is natuurlijk zonde van de moeite en kosten!

En voordat u met een dood dier naar ons toe rijdt, belt u s.v.p. even voor een afspraak. Er is niet altijd iemand aanwezig in het atelier!